Hoe sociaal inclusief zijn Energiegemeenschappen in Vlaanderen?

Op dinsdag 21 april organiseerde het Belgisch ESPON contactpunt samen met de Technische Assistentiehub Energiegemeenschappen een workshop met een focus op de sociale inclusiviteit van energiegemeenschappen. Dit evenement bracht experts en beleidsmakers samen om inzichten uit te wisselen over de uitdagingen en strategieën rond een inclusieve energietransitie in het algemeen en de sociale inclusiviteit van energiegemeenschappen in het bijzonder.

De workshop bracht eerst een Europees perspectief vanuit het ESPON programma, specifiek vanuit het Thematische Actieplan voor ‘Climate Neutral Territories’ met een uitgebreide presentatie van het afgeronde TANDEM project. Het doel van het project was om beleidsadviezen te geven voor een efficiënte en inclusieve uitrol van Energiegemeenschappen in Europa. Om dit te doen is er ten eerste een inventaris opgesteld van bestaande energiegemeenschappen in Europa. Vervolgens is er gekeken in welke mate deze energiegemeenschappen ook sociaal inclusief zijn of sociale waarden nastreven. Daarna is gekeken welke randvoorwaarden ervoor zorgen dat energiegemeenschappen met een sociaal objectief gestimuleerd worden. Tot slot zijn er een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd op welke manier energiegemeenschappen kunnen worden gestimuleerd rekening houdend met sociale aspecten.

Het TANDEM‑onderzoek beveelt aan om energie‑gemeenschappen sterker te ondersteunen via duidelijke informatie en één laagdrempelig aanspreekpunt voor burgers, coöperaties en lokale besturen. Beleidskaders en financiering moeten sociale inclusie expliciet verankeren, onder meer door inclusiecriteria in subsidies en aanbestedingen en door projecten met een duidelijke sociale meerwaarde te belonen. Daarnaast is gerichte kennisdeling en technische ondersteuning nodig, vooral voor lokale actoren met minder ervaring, zodat energie‑gemeenschappen vlotter kunnen ontstaan en groeien. Vereenvoudigde en beter afgestemde subsidiemechanismen zijn cruciaal om coöperatieve en sociaal inclusieve projecten haalbaar te maken. Tot slot vraagt het onderzoek om heldere Vlaamse regels voor erkenning, registratie en opvolging van energie‑gemeenschappen, en om hun structurele inbedding in de lokale en regionale energie‑ en netplanning.

De tweede presentatie zette de werking van het CEAH, Citizen Energy Advisory Hub project uiteen. CEAH is een initiatief van de Europese Commissie om bottom-up initiatieven van energiegemeenschappen te kunnen ondersteunen. Ze werken onder andere verder op de databank die tijdens het TANDEM project is geproduceerd. De presentatie van het Citizen Energy Advisory Hub (CEAH) benadrukt dat succesvolle, burgergedreven energiegemeenschappen meer vereisen dan louter financiële steun. Beleidsmakers en ondersteunende programma’s moeten inzetten op duurzame randvoorwaarden: betrouwbare data en duidelijke definities om initiatieven correct op te volgen, structurele begeleiding om afhankelijkheid van tijdelijke subsidies te vermijden, en extra aandacht voor kwetsbare en minder georganiseerde groepen om het zogeheten Matteüseffect tegen te gaan. Daarnaast zijn voldoende juridische, technische en administratieve capaciteiten cruciaal voor burgers, lokale besturen en vrijwilligers, zodat energiegemeenschappen kunnen groeien tot financieel robuuste en sociaal inclusieve spelers in de energietransitie. Onderbouwde expertise en gerichte technische ondersteuning, zoals voorzien via het CEAH‑initiatief, zijn daarbij essentieel om beleid en praktijk beter op elkaar af te stemmen.

Vervolgens daalden we af naar het Vlaamse niveau en gaf RESCOOP Vlaanderen inzichten over hoe sociaal inclusief energiegemeenschappen in Vlaanderen zijn. De presentatie van REScoop Vlaanderen benadrukt dat energiegemeenschappen een belangrijke hefboom kunnen zijn voor een sociaal rechtvaardige energietransitie in Vlaanderen, op voorwaarde dat sociale inclusie structureel wordt verankerd in beleid en praktijk. Dat vraagt om eenvoudige, betaalbare en niet‑commerciële modellen die kwetsbare huishoudens rechtstreeks laten profiteren van hernieuwbare energie, warmte en mobiliteit, gecombineerd met intensieve begeleiding en samenwerking met lokale partners zoals OCMW’s, steden en sociale woonmaatschappijen. Daarnaast is een aangepast Vlaams financierings‑ en regelgevend kader nodig dat burgercoöperaties toelaat om op te schalen zonder overmatige administratieve lasten en met aandacht voor energiearmoede. Tot slot pleit de presentatie voor een geïntegreerde aanpak waarin energiegemeenschappen een vaste plaats krijgen binnen renovatie‑, warmte‑ en armoedebeleid, zodat betaalbaar wonen en toegang tot energie als basisrechten worden versterkt.

Als afsluitende presentie presenteerde TEAH haar werking binnen Vlaanderen. De TEAH‑presentatie benadrukt dat energiegemeenschappen alleen kunnen bijdragen aan een eerlijke energietransitie in Vlaanderen als inclusiviteit centraal staat en actief wordt ondersteund. Essentieel daarbij is sterke, toegankelijke technische assistentie: via regionale hubs krijgen burgers, lokale besturen en kmo’s begeleiding om energie‑initiatieven op te starten en op te schalen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. De presentatie pleit voor concrete, kansrijke toepassingen zoals zonnepanelen op huur- en appartementsgebouwen, inclusieve energie‑efficiëntiemaatregelen, sociaal energiedelen en kleinschalige collectieve warmte‑oplossingen. Daarnaast worden beleidsconcepten naar voren geschoven zoals sociale energiedeling zonder extra vaste kosten voor beschermde afnemers en “warmtepomp‑as‑a‑service” om ook kwetsbare gezinnen toegang te geven tot koolstofvrije warmte. Tot slot vraagt TEAH om een duidelijk en ondersteunend Vlaams beleidskader dat experimenteren, valideren en opschalen mogelijk maakt, zodat energiegemeenschappen niet louter een doel op zich zijn, maar een middel om inwoners te versterken en energiearmoede structureel aan te pakken. Op basis van deze presentaties volgde er nog een discussie in de groep over op welke wijze de sociale inclusiviteit van de energietransitie als geheel en energiegemeenschappen in het bijzonder kan worden vergroot in Vlaanderen. Hierbij werden de aanbevelingen vanuit de verschillende presentaties meegenomen. Bij kansarme groepen is de problematiek uiteraard ook veel breder dan enkel energie, hier speelt bijvoorbeeld woonkwaliteit op de eerste plaats. Het is hierbij belangrijk deze twee aan elkaar te koppelen.