Waterresilientie & No Net land take


Hieronder vindt u de synthese van het evenement en de PowerPointpresentaties, met een overzicht van de belangrijkste thema’s en kerninzichten van de dag.
SAMENVATTING
SPW Territoire – Véronique Hames & Geoffrey Melotte
De overstromingen van juli 2021 waren een keerpunt in de territoriale aanpak van Wallonië. Naar aanleiding van deze ramp werden verschillende initiatieven genomen om beter op de risico’s te kunnen inspelen en te voorkomen dat zich opnieuw dergelijke gebeurtenissen voordoen.
De parlementaire onderzoekscommissie “overstromingen 2021” heeft verschillende aanbevelingen gedaan.
Een daarvan was de noodzaak om eigenaren en huurders te informeren over goede praktijken om gebouwen aan te passen aan de risico’s van extreme weersomstandigheden
→ twee referentiekaders , met illustraties en tips om beter te bouwen:
- referentiekader voor bouw en inrichting in overstromingsgebieden
- referentiekader Duurzaam beheer van regenwater
Maar ook het vaststellen van trajecten om de verstedelijking van de bodem te verminderen, door de nodige wijzigingen aan te brengen in het Schéma de développement territorial (SDT) en de Code du développement territorial (CoDT) - wijziging van de CoDT (regionaal plan en gemeentelijke plannen)
- nieuw territoriaal ontwikkelingsplan van kracht
- in uitvoering: gemeentelijke ontwikkelingsplannen (SDC)→ alle gemeenten
Naast deze regelgevende maatregelen zijn er nog andere instrumenten, zoals het Vesdre-plan en de ontwikkeling van een hydraulisch model.
Het Vesdre-plan is het eerste in een reeks strategische plannen op het niveau van het stroomgebied die tot doel hebben het grondgebied beter bestand te maken tegen de risico’s van klimaatverandering. Het Ourthe-plan zal als volgende worden uitgewerkt.
Deze schema’s zijn innovatief en bieden een transversale visie op risicobeheer. Territoriale solidariteit staat centraal in de reflectie.
Stroomgebieden, analyses en actie
Casus:
• Vesdre-vallei – Jacques Teller
• Het stroomgebied van de Dender – Jef Van Den Driessche
• Het stroomgebied van Molenbeek – François Mayer
• ESPON ReAdapt – Parveen Kumar
Toenemende risico’s
Terwijl vandaag al 500.000 huishoudens, waarvan een meerderheid in precaire omstandigheden leeft, blootgesteld zijn aan overstromingsrisico’s, doen de klimaatprognoses ons vrezen voor een aanzienlijke stijging van deze cijfers, met een risico op hogere temperaturen en heviger regenval. Deze ontwikkelingen maken gecoördineerde maatregelen noodzakelijk.
Omgaan met de bestaande situatie
Het doel van Bouwshift is vandaag de dag essentieel om het hoofd te bieden aan de risico’s in verband met water. De voortdurende trend naar verstedelijking, met name in gebieden waar de grond onder druk staat, draagt bij aan een vermindering van het herstelvermogen van de bodem en meer in het algemeen van Nature-Based Solutions (NbS).
De kwetsbaarheid van veel dalbodems is echter het gevolg van een lange geschiedenis. Het grootste probleem op het gebied van kwetsbaarheid is het ‘reeds bestaande’, de reeds aanwezige functies, die voor een groot deel het resultaat zijn van het industriële tijdperk, en de daarmee samenhangende behoeften. Grote oppervlakten zijn verstedelijkt en veel hydrografische netwerken zijn gedraineerd. Vaak wordt helder water tegenwoordig naar de riolering geleid.
In actie komen
Om dit erfgoed gedeeltelijk te corrigeren, moeten we het water weer ruimte geven. In dit verband kunnen we drie soorten oplossingen onderscheiden:
• Blauwe oplossingen (bijv. tijdelijke onderdompelingszone);
• Groene oplossingen (bijv. regenwater afkoppelen van de riolering);
• Grijze oplossingen (bijv. openbare regenwaterbekkens).
Om deze oplossingen te implementeren, moet worden geïnvesteerd in transversale en complementaire instrumenten. Waterbeheer is namelijk gebaseerd op samenwerking tussen verschillende bestuursniveaus en op samenwerking tussen stroomopwaarts en stroomafwaarts (waarbij meerdere regio’s of landen betrokken kunnen zijn).
Enkele van de instrumenten die in dit blok worden genoemd: het solidariteitshandvest van het Bekken van Molenbeek, het Beheersplan voor het Brussels Gewest, Groenblauwe Denderflanken, Strategisch Plan voor Dendervallei, het Vesdre-plan, de programma’s voor duurzame ontwikkeling van wijken.
Met deze instrumenten kan een aanpak worden ontwikkeld op verschillende vlakken:
• Een solidaire verdeling van de inspanningen;
• Werk aan de stromen (bijv. werk binnen de nieuwe woonwijken);
• Werk aan de voorraden (bijv. infrastructuur, NbS, enz.);
• Een planologische aanpak (bijv. SDC, het sectorplan).
Hoe steden omgaan met veerkracht op het gebied van water
Casus:
• Verviers – Florence Rittweger
• Enschede – Laurent Wilderink
• Forest – Magali Da Cruz
• Valenciennes – Frédéric Verhaeghe
Een bewustwording
Sommige gebieden die kwetsbaar zijn vanwege hun geografie/geologie of vanwege de functies waaruit ze bestaan, negeren de risico’s waaraan ze blootstaan. Het optreden van een klimaatramp zorgt soms voor een plotseling bewustzijn bij zowel burgers als beleidsmakers.
Soms worden dan uitzonderlijke budgetten vrijgemaakt om de schade te beheersen en aan de risico’s te werken. Deze budgetten maken het mogelijk om een langetermijnstrategie te ontwikkelen waarbij de aanwezige risico’s in kaart worden gebracht.
De uitdaging bestaat er echter in om deze inspanningen voort te zetten en de niet onaanzienlijke investeringen te handhaven. Dit is des te complexer omdat bepaalde maatregelen (zoals vergroening) onderhoudskosten met zich mee kunnen brengen die ten laste komen van de steden en gemeenten, ondanks de financiële moeilijkheden waarmee zij te kampen kunnen hebben.
Dit bevestigt de eerdere bevindingen over het belang van solidariteit en samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus. Om op koers te blijven, moeten steden kunnen rekenen op steun in de vorm van het bundelen van middelen of regionale/nationale stimulansen.
Deze coördinatie is ook noodzakelijk omdat gemeenten niet alleen beslissen over het beheer van waterlopen. De verantwoordelijkheden worden vaak gedeeld.
Verschillende tijdschema’s
Wanneer zich een ramp voordoet, is het zaak om in actie te komen om te voorkomen dat zich opnieuw een soortgelijke ramp voordoet. Dit is soms een gelegenheid om studies te starten om te bepalen welke maatregelen moeten worden genomen en om de regio’s nieuwe richtlijnen te geven.
Deze strategische visie in wording kan echter botsen met de situatie na de ramp, die door de lokale autoriteiten met spoed moet worden aangepakt. Terwijl wetenschappelijke studies soms maanden of jaren duren voordat ze resultaten opleveren, moeten lokale autoriteiten onmiddellijk actie ondernemen om de veiligheid van de burgers te waarborgen, herhuisvesting mogelijk te maken, enz.
Op de lange termijn kunnen deze verschillende benaderingen met elkaar worden verzoend. Nieuwe instrumenten en nieuwe ruimtelijke ordeningsstrategieën integreren namelijk geleidelijk aan de wetenschappelijke aanbevelingen om de kwetsbaarheid van het gebied te verminderen. Pas dan kunnen ze concreet worden uitgevoerd door middel van overheidsbeleid.
Kansen grijpen
Gesteund door wetenschappelijke gegevens kunnen gemeenten hun acties dan inpassen in een aanpak gericht op veerkracht. Het is echter niet mogelijk om op alle fronten tegelijk actief te zijn (zowel technisch als financieel).
Deze visie moet dus worden vertaald in een langetermijnperspectief waarin veerkracht wordt geïntegreerd in alle toekomstige acties en werken. Het gaat namelijk om een langdurig proces waarbij elke kans om vooruitgang te boeken moet worden aangegrepen.
Download hier de presentaties
ReAdapt: EN & FR
Molenbeek: NL & FR
Vorst/Forest : NL & FR
Verviers: NL & FR
Valenciennes: NL & FR
Véronique Hames: NL & FR








