Urban greening and no net land take


Peter Lacoere in gesprek met Dries De Smet
Visuele communicatie speelt een cruciale rol bij het vergroten van het bewustzijn over landverbruik. Beelden kunnen de omvang van stedelijke ontwikkeling duidelijk in beeld brengen, wat het publiek vaak verrast en veel media-aandacht genereert. Op die manier kunnen ze helpen om bredere maatschappelijke steun voor landbescherming te mobiliseren.
De benaderingen van landgebruik verschillen naargelang de culturele, politieke en juridische context. In Noorwegen draagt de grote welvaart bij aan aanzienlijk landgebruik. In Zwitserland zijn pogingen om ‘No Net Land Take’ via een referendum in te voeren mislukt vanwege onvoldoende publieke steun, hoewel de bestaande ruimtelijke ordeningsvoorschriften relatief streng blijven. Deze regels hebben effectieve herbestemming mogelijk gemaakt, waaronder het terugwinnen van grond die al meer dan 15 jaar ongebruikt is gebleven.
Ondanks een groeiend bewustzijn blijven de huidige inspanningen ontoereikend om toekomstige uitdagingen aan te pakken. Hoewel het enthousiasme voor landbescherming aanhoudt, blijft druk vanuit de particuliere sector overheidsmaatregelen vertragen. Steden spelen een leidende rol bij het bevorderen van de agenda, maar de vooruitgang verloopt nog steeds te traag, zowel wat betreft omvang als tempo.
Blok 1 – De noodzaak van stedelijke groene infrastructuur
Gepresenteerde casussen:
ESPON GILL – Rik De Vreese, Europees Bosinstituut
Ruimtelijk ordeningsbeleid in Vlaanderen, de Wet op het natuurherstel en de 3-30-300-regel – Peter Vervoort, Departement Omgeving
EUI WATSUPS – Michiel Van Mele, Stad Mechelen
Open Ruimteplan voor het Brussels Kanaal (BKP) – Sven Vercammen, perspective.brussels
Diversiteit van groene infrastructuur
Groene infrastructuur is sterk gebaseerd op het idee van onderling verbonden groene netwerken. Deze netwerken moeten divers zijn qua vorm, functie en schaal, variërend van grote natuurgebieden tot groen dat is geïntegreerd in gebouwen en openbare ruimtes.
De behoefte aan gegevens
Het meten van groene infrastructuur blijft een uitdaging vanwege beperkte gegevens. Bij ruimtelijke ordening moeten indicatoren zoals de afstand tot groene ruimte of groenpercentages worden gecombineerd met kwalitatieve aspecten zoals zichtbaarheid, toegankelijkheid, kwaliteit en daadwerkelijk gebruik van parken. Visueel contact met de natuur is vooral belangrijk in dichtbevolkte stedelijke gebieden.
Kwantitatieve doelstellingen, zoals de 3-30-300-regel, zijn nuttig maar op zichzelf onvoldoende. Naast indicatoren moeten groene ruimtes voor burgers toegankelijk, uitnodigend en betekenisvol aanvoelen. Maatschappelijk gebruik en acceptatie zijn net zo belangrijk als de numerieke dekking.
Maatschappelijke impact
Groene infrastructuur levert talrijke ecosysteemdiensten, waaronder belangrijke maar vaak onderschatte gezondheidsvoordelen. Het kan ook op lange termijn positieve economische effecten genereren.
Tegelijkertijd blijft groene gentrificatie een groot punt van zorg, aangezien groenere gebieden vaak gepaard gaan met stijgende vastgoedwaarden en de verdringing van bewoners met lagere inkomens. Om deze reden verdienen contextgevoelige benaderingen de voorkeur boven rigide doelstellingen.
Het ontwikkelen van begeleidingsinstrumenten is essentieel om een duidelijke visie vast te stellen en deze aspecten aan te pakken via participatief beheer.
Blok 2 – Het bereiken van ‘No Net Land Take’ in Europa en België
Gepresenteerde casussen:
‘No Net Land Take’ voor de regio Lombardije – Politecnico di Milano
Stad Doornik – Hubert Deschamps
Brussels Good Soil – Wouter François, Leefmilieu Brussel
Kaartbrenging als instrument voor meerlagig bestuur
Het bereiken van ‘No Net Land Take’ vereist het vermogen om de huidige situatie te beoordelen en de effecten van toekomstige maatregelen te monitoren. Samengestelde kaartbrenging is een essentieel instrument om de milieukwaliteit, het vergroeningspotentieel en de grondwaarde te evalueren.
Het verzamelen en gebruiken van deze gegevens wordt vergemakkelijkt door effectieve coördinatie tussen verschillende bestuursniveaus. Gegevens ondersteunen ook de ontwikkeling van een gezamenlijke strategie. Het bereiken van ‘No Net Land Take’ vereist daarom betrouwbare gegevens, effectief meerlagig bestuur en gecoördineerde monitoring.
Het bevorderen van de collectieve waarde van grond
Bodem kan worden beschouwd als een gemeenschappelijk goed, en juridische instrumenten kunnen helpen om groene ruimtes te beschermen tegen particuliere ontwikkeling. De wetgeving verschilt echter van regio tot regio, wat betekent dat strategieën moeten worden aangepast aan elke context.
In Italië bijvoorbeeld kan de erkenning van de bodem als gemeenschappelijk goed een krachtig argument vormen bij het oplossen van conflicten. In Wallonië kunnen stadsheffingen worden ingezet als mechanisme om financiële bijdragen van particuliere actoren te verkrijgen.
De financiële kosten van ‘No Net Land Take’
Het nemen van maatregelen tegen bodemafdekking in stedelijke gebieden vereist aanzienlijke financiële middelen. Het verwerven van grond, het ongedekt maken van oppervlakken of het herstel van de bodem brengt kosten met zich mee die veel steden, die vaak al in een moeilijke financiële situatie verkeren, niet gemakkelijk kunnen dragen.
Nationale en regionale overheden spelen daarom een belangrijke rol, zowel door financiële steun te verlenen als door de wetgeving aan te passen. Stappenplannen zoals de Europese Bodemstrategie kunnen steden ook ondersteunen bij hun initiatieven, zelfs wanneer ze geen directe financiële steun bieden.
Blok 3 – Langetermijnstrategieën voor steden
Gepresenteerde casussen:
Rewild the City – Linde Vertriest, Stad Gent
Brussels Open – Griet Kuppens, Leefmilieu Brussel
SUNLOOP-project – Chloé Duffaut en Kristel Mazy, UMons
Meerdere benaderingen combineren
Stedelijke vergroening en bodembescherming kunnen verschillende benaderingen volgen, waaronder top-downplanning, bottom-upinitiatieven of een combinatie van beide. Sommige strategieën steunen op een gestructureerde langetermijnvisie met duidelijke prioriteiten, terwijl andere een flexibelere aanpak hanteren die lokale initiatieven en opschaling aanmoedigt.
In Gent zorgt het programma Rewild the City, gesteund door een sterk politiek engagement, actief voor het ontzegelen van grijze infrastructuur. Ontzegeling wordt bereikt via ruimtelijke ordeningsinstrumenten die openbare groene ruimtes en geselecteerde particuliere terreinen beschermen, in combinatie met stimulansen en praktische ondersteuning voor bewoners om hun privétuinen te vergroenen. Het project integreert ook een sterke sociale dimensie door zich te richten op kwetsbare wijken en praktische hulp te bieden via gespecialiseerde teams. Rewilding is ingebed in een breder pakket gemeentelijke initiatieven en wordt ondersteund door op GIS gebaseerde datamodellen om prioriteiten te stellen en risico’s van bodemafdekking te beheersen. Hoge kosten, beperkte budgetten en compensatieregels blijven echter grote uitdagingen, met name voor grondverwerving.
Brussels Open biedt een regionaal kader om gemeenten te ondersteunen via samenwerking op meerdere niveaus. Een netwerk van groene corridors en interregionale samenwerking vormen de ruggengraat van een gedeelde visie, terwijl gemeentelijke projecten moeten aansluiten bij het regionale kader om steun te ontvangen.
Onderzoek van de UMons, in het kader van het SUNLOOP-project, benadrukt de waarde van spontane stedelijke natuur. Het toont de rol aan van deze ruimtes bij het behoud van de biodiversiteit, ecologische connectiviteit en ecosysteemdiensten. In steden zoals Charleroi heeft het in kaart brengen van spontane groene ruimtes bijgedragen aan een verschuiving in de perceptie, waarbij niet-ingrijpen steeds vaker wordt beschouwd als een haalbare, op de natuur gebaseerde oplossing. Deze gebieden, met name brownfields, worden nu strategisch beoordeeld om economische ontwikkeling in evenwicht te brengen met langetermijndoelstellingen op het gebied van groene infrastructuur.
Planning als verbindend kader
Planning is essentieel om groene infrastructuur effectief te ontwikkelen, open ruimtes te beschermen tegen verdichting en verder te kijken dan de doelstelling van ‘No Net Land Take’ (geen netto landinname), met het oog op bredere ecologische en sociale voordelen. Veel onderbenutte of braakliggende terreinen bieden aanzienlijk potentieel voor herbestemming.
Een sterk plan legt een gedeelde visie vast en verbindt verschillende benaderingen. Het maakt het mogelijk dat meerdere maatregelen binnen een duidelijk en samenhangend kader bijdragen aan een gemeenschappelijk doel.
Belangrijkste conclusies
Stedelijke groene infrastructuur werkt voor ons. Ze draagt bij aan collectief en sociaal welzijn, ondersteunt de volksgezondheid en levert economische voordelen op. Haar toegevoegde waarde is niet alleen esthetisch.
Een actief ruimtelijk beleid is essentieel. Concepten zoals de „sponsstad“ of de „geperforeerde stad“ vragen om een beter evenwicht tussen vergroening en verdichting. Het realiseren van dergelijke modellen vereist de actieve betrokkenheid van overheidsinstanties. Grondbezit is daarom cruciaal: ruimte maken voor de natuur vereist zeggenschap over de grond die we willen behouden.
Er is politieke moed nodig om grondbezitters waar nodig aan te spreken en grond een bestemming te geven die het algemeen belang en de lokale politieke visie dient.
Verschillende soorten maatregelen moeten worden gecombineerd. Bescherming, preventie en herstel dragen allemaal bij aan hetzelfde doel. Het verlagen van de bestemmingsgraad kan preventief worden ingezet, terwijl het ongedaan maken van bodemverharding als herstelmaatregel kan dienen.
Bestuur op meerdere niveaus is essentieel voor de praktische uitvoering van ‘No Net Land Take’. Door regionale en gemeentelijke doelstellingen op elkaar af te stemmen, wordt een betere inventarisatie mogelijk, evenals sterkere coördinatie en concrete maatregelen die zijn verankerd in strategische plannen.






